Interview: Albert Kok

Albert Kok (1939)

Fysiologische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam (1987-2004)

Kok studeerde aan de Universiteit van Leiden en was tijdens zijn diensttijd psycholoog voor de officiersselectie. Hij werkte bij het Instituut voor Clinische en Industriële Psychologie aan de Universiteit Utrecht, daarna bij de afdeling psychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1976 verdedigde hij daar zijn proefschrift over Activatie en Specificiteit: hoe manifesteerde aandacht zich in autonome en EEG variabelen. In zijn inaugurale rede zag hij twee belangrijke onderzoektradities samenkomen in de cognitieve neurowetenschappen, namelijk de mentale chronometrie van F.C. Donders en de frenologie van F.J. Gall. Het gelijktijdig meten van processen in de tijd en de localisatie van onderliggende mechanismen in het brein moet echter niet de psychologische theorievorming uit het oog verliezen. Het gaat om het ontdekken van onderliggende mechanismen en niet om het vaststellen welk gebiedje in het brein oplicht, aldus Kok. Zijn onderzoek richtte zich op de psychofisiologische en neurobiologische aspecten van selectieve aandacht en controle- en inhibitieprocessen. Zijn interesse gaat nu vooral uit naar de integratie van cognitieve psychologie en neurowetenschap en daarmee samenhangende neurofilosofische theorievorming.